
Sinds 1 januari 2026 bepaalt de Energiewet opnieuw wie er wacht in de rij voor een aansluiting. Kleine aansluitingen, die voorheen voorrang kregen, krijgen dat niet meer. Voor woningontwikkelaars, commercieel vastgoed, gebiedsontwikkeling en gemeenten betekent dat langer wachten en minder zekerheid, tenzij het project zelf het net ontlast.
Dat laatste is de kans. Projecten die flexibiliteit meebrengen, zoals een batterij, stuurbare verbruikers of een flexibel contract, kunnen eerder worden aangesloten of extra capaciteit krijgen. Energie regel je dus niet meer als het ontwerp klaar is. Het bepaalt of het project op tijd start.
Daar volgen drie dingen uit voor iedereen die een ontwikkeling plant.
Vraag vroeg aan, en vraag aan met een plan. Een aanvraag met het belastingprofiel en wat het project doet om het net te ontlasten is een ander gesprek dan een aanvraag voor een aantal kW.
Ontwerp vanaf het begin op flexibiliteit. Laden, warmtepompen en opslag kun je vaak zo inrichten dat de piek nooit ontstaat. Dat is goedkoop op de tekentafel en duur om achteraf in te bouwen.
Vergeet de bouwfase niet. Bouwplaatsen zijn een onderschatte bottleneck. Een kleine aansluiting met een batterij, of een hybride opstelling die meegroeit met het project, is vaak goedkoper dan diesel en krijgt makkelijker een vergunning. In Leiden was een hybride systeem 42% goedkoper dan diesel. Lees de Leiden-case.
Het praktische gevolg: het eerste energiegesprek hoort aan het begin van het project, met iemand die weet wat de netbeheerder accepteert. Daar zijn de meeste vertragingen nog te voorkomen.

